Telkens wanneer ik in Krakau ben, ga ik bij haar op bezoek. Ik breng heel veel tijd met haar door. Ik zie de menigten die haar komen bewonderen — mensen van over de hele wereld, ook degenen die Italiaans spreken, haar landgenoten. Met plezier luister ik naar die voor mij onbegrijpelijke taal, de taal waarin zij ooit leefde.
Er was een tijd dat je geen foto’s van haar mocht maken, dus tekende ik haar — ik stal haar gelaatstrekken op mijn papier. Cecilia was een dichteres, een muze aan het Milanese hof, de geliefde van een hertog die stapelgek op haar was. Ik moet toegeven dat haar lot mij vooral fascineerde omdat zij werd geschilderd door Leonardo da Vinci, mijn geliefde genie.
Wanneer ik voor haar sta, voelt het alsof Leonardo in mij zit en door mijn ogen naar haar kijkt. En als ik door haar ogen zou kunnen kijken, zou ik hem misschien zien zoals zij hem ooit zag. Ik zou graag alle tijd uitwissen die ons van elkaar scheidt. Ik zou hen allebei willen aanraken, maar dat kan niet — dus raak ik hen aan met de punt van mijn potlood.
Tekeningen gebaseerd op Leonardo da Vinci’s Dame met de Hermelijn (Nationaal Museum in Krakau).