GOUDEN DRAAD

De prijs waarvoor dit object werd gemaakt, wordt jaarlijks uitgereikt aan de beste culturele instelling in Arnhem. Hij heeft altijd de vorm van een ring, en elk jaar wordt een andere kunstenaar gevraagd om hem opnieuw te creëren in een eigen interpretatie. Dit keer was de bekroonde instelling het Openluchtmuseum in Arnhem.

Het gebaar, gericht aan vele mensen, stelde mij voor een eenvoudige maar verrassende vraag: hoe geef je één ring aan een instelling die een gemeenschap, een plek en een geheugen is? Ik besloot daarom een ring te maken die hen allemaal kan omvatten, niet alleen symbolisch maar ook in schaal en betekenis.

Ik wikkelde enkele hectaren van het museumterrein in één gouden draad. Dun, maar onverzettelijk, als een gedachte die niet wil uiteenvallen. De hele draad wond ik op een grote spoel die het hart van het object werd. Op de rand graveerde ik een palindroom in de vorm van een ring: IN GIRUM IMUS NOCTE ET CONSUMIMUR IGNI. Deze woorden beschrijven niet alleen beweging, ze zetten haar in gang. Ze draaien betekenissen om, trekken aandacht naar zich toe en herinneren eraan dat elke onderscheiding zowel glans als het risico van verbranding in zich draagt.

In mijn interpretatie gaat het palindroom niet over mensen maar over een plek. Het openluchtmuseum, als instelling die geschiedenis bewaart, wordt zelf soms verteerd door het vuur van herinnering, door de gloed die objecten in verhalen verandert. De ring wordt zo een drager van die beweging: het circuleren tussen herinnering en transformatie, tussen bewaren en verliezen.

Zo ontstond een conceptuele ring, waarschijnlijk de grootste ter wereld. Een object dat een plek, haar mensen en de echo van een Latijnse strofe in zich draagt, die zegt: wij cirkelen, wij keren terug, wij worden verbruikt.