“Grot” werd geboren uit barsten. Uit de sporen van tijd op het trappenhuis van een oude keramiekfabriek, waar ik ooit mijn atelier had. Overal waar het pleisterwerk afbrokkelde, verschenen vormen – alsof de muren zelf verhalen aanreikten. Die beschadigingen werden ingangen naar kleine werelden.
De eerste tekening – “Meisje met een vis” – ontstond spontaan. Ik trok met een zwarte marker de contour van een van de gaten in het afbrokkelende pleisterwerk. Vanaf dat moment werden vier verdiepingen en twaalf muren mijn privé-grot – een plek waaruit ik nieuwe verhalen “opgroef”, verborgen in de beschadigde oppervlakken. Zo ontstond de reeks scènes, en het geheel werd een vorm van artistieke herwaardering van de ruimte.
In dit werk was de ruimte nooit een neutraal decor – ze werd een mede‑auteur. Ik verberg de beschadigingen niet; ik herinterpreteer ze, en laat nieuwe betekenissen uit de barsten groeien. “Grot” is een verhaal over hoe vorm kan ontstaan uit toevallige beschadiging – een visuele microgeschiedenis.
Op een bepaald moment bezocht ik de grot van Chauvet in Frankrijk. Daar voelde ik voor het eerst dat mijn behoefte om op muren te tekenen niet verschilt van die van mensen die duizenden jaren geleden leefden. Dezelfde beweging, hetzelfde verlangen om iets aan de wereld te vertellen. Ik voelde een onverwachte nabijheid. Die ervaring werd de aanleiding voor de laatste scène van de reeks – een hedendaagse herinterpretatie van een van de tekeningen uit Chauvet.
Enkele jaren later moest ik mijn atelier in de oude fabriek verlaten. Alleen de tekeningen bleven achter op de muren van het trappenhuis – kwetsbare sporen van een verhaal dat ik samen met die plek had gecreëerd. Uit het verlangen naar hen ontstond de behoefte om de hele reeks in een nieuwe vorm over te brengen: via fotografie, grafische bewerkingen en schilderkunst, zodat het project verder kon bestaan als een zelfstandig geheel.